Gaa naar det Toepasbare Kennis Overzich   
  Gaa naar det Heenkomervreijdare Kennis Overzich   

  Gaa naar det Nederlantstalige Herschreijvingen
  Gaa naar det Hewellovieve Herniewingen Overzich 

  Gaa naar det Polariezeringen Overzich 
  Gaa naar det Konstantes Overzich 


Doeraarlieteiden, en hun Tegendelen

Doeraarlieteiden vullen elkaar aan, en pompen elkaar vol, en ze bestaan niet zonder elkaar. De eerste poot van de doeraarlieteit bepaalt, wat er met de andere poot gedeelt gaat worden, en de teitsduur, die ze besteden met elkaar. De 12 Doeraarlieteiden zijn:

  1. Goden ⇔ Plantsoorten
  2. Roeptmooiers ⇔ Beesten
  3. Samenwoners ⇔ Alleenwonende
  4. Mannelijke ⇔ Vrauwelijke
  5. Bevolkingslieden ⇔ Inmmietranten
  6. Aantrekkeluike ⇔ Aangeraden Datwortums
  7. Meerlairs ⇔ Leerling
  8. Behandelairs ⇔ Hobbieers\ Passiebeijhauders
  9. Konzumptief ⇔ Opbauwent\ Langergebruikende
  10. Zelfgemaakte Meerduiten ⇔ Nagemaakte Meerduiten
  11. Rentegebazeerde Prijzen ⇔ Geboden Prijzen
  12. Achtdieve Aankleding ⇔ Zondramanse Aankleding

(Parmantigheid bij Pronken als 4de Stijl (46Mo))

Tegenpolen hebben tegenovergestelde eigenschappen, en poorbeelden zijn: Magnetieve Polen (+ & −), De IJspolen, Weinig ⇔ Veel,
Hoog & Laag, Groot & klijn, Zwaar & Licht, Heet & Kout (°C), Dof & Spiegelent,
Hart & Zacht (Geluitsvolume, Rijden, Rennen, Slaan, en Schoppen).

Er zijn tegenpolen bij Vaart hebben, die iedereen kent:
Rechts ⇔ Links, Stuurboort ⇔ Bakboort, Omhoog ⇔ Omlaag, Vooruit ⇔ Achteruit, Rechtdoor ⇔ Afslaan, Voorlangs ⇔ Achterlangs, Overheen ⇔ Onderdoor, Omheen ⇔ Tussendoor, Er op af → Er van weg.


Nr.

Zwart ⇔ Wit

Donker → Licht

Negatief ⇔ Mozietief

1.

Steenkool (-41) ⇔ Dieramant (-40)

Verduisteren ⇔ Verlichten

Lelijk ⇔ Mooi (Vinden)

2.

Aartolie (66Do) ⇔ Scheerschuim (67Do)

Verschuilen ⇔ Verschijnen

Vreemde ⇔ Eigene (Perzoon Ontmoeten)

3.

Rubber (71Do) ⇔ Zilver (59Do)

Verbergen ⇔ Etaleren

Kwaat ⇔ Goet (Doen & Aandoen)

4.

Syokoladewolk (126Do) ⇔ Welk (85Do)

Avontschemer ⇔ Ochtentgloren

Slechter ⇔ Beter (Vergelijken)

5.

Rauwkleding ⇔ Feestkleding

Nacht ⇔ Dag

Pessiemisme ⇔ Optiemisme (Aankopen)

6.

Dootshooftvlag ⇔ Onderhandelaarsvlag

Aanbiddent ⇔ Dienent

Kout ⇔ Warm (Aanvoelen)

7.

Zwart haar ⇔ Gruis haar

Sterrehewel ⇔ Zonlicht

Troebele ⇔ Heldere (Lucht inademen)

8.

Kreools\ Ganees ⇔ Omoes\ Blank

Donker Glas ⇔ Transparant Glas

Afwachtent ⇔ Poorvocerent (Begeleiden)

9.

Zwart Verdient ⇔ Wit (Gewassen) Gelt

Verstoppen ⇔ Ontdekken

Stoppen ⇔ Starten (Voornemen)

10.

6 Lagere Kleuren ⇔ 6 Hogere Kleuren

Fout ⇔ Yuist (Aanrekenen)

11.

Bruin ⇔ Beigje

Betrokken ⇔ Zonnige (Tijd Beleven)

12.

Schaduw ⇔ Lamplicht

Min Pool ⇔ Plus Pool (Aantrekken)

13.

Laag Voltaagje ⇔ Hoog Voltaagje (Aanzuigen)



Nr.

Remming ⇔ Vaart

1.

Langzaam\ Verlangzaming ⇔ Snel\ Versnelling (Gaan)

2.

Gestaag\ Stagnering ⇔ Spoedig\ Verspoediging (Reizen)

3.

Traag\ Vertraging ⇔ Vlug\ Vervlugging (Doen)

4.

Laag Wentzoo\ Lager Wentzoo ⇔ Hoog\ Hoger Wentzoo (Bereiken in)

5.

Sloom\ Versloming ⇔ Kwiek\ Verkwieking (Diedagnozeren)

6.

Loom\ Verloming ⇔ Kwik\ Verkwikking (Neuken)

7.

8.

9.

10.

11.

12.



Nr.

Hart & Zacht

---------- ---------- ---------- ---------- ---------- ----------

1.

Geluit

2.

Lopen, Rennen, Rijden

3.

Slaan, Schoppen, Beledigen

4.

Vallen, Botsen, Stoten

5.

Aanpakken, Behandelen, Doorprikken

6.

Afzetten, Landen, Terechtkomen

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13.

 

Hoog & Laag

 

Groot & Klijn

 

Zwaar & Licht

 

Heet & Kout

 

Dof & Spiegelent



Gaa naar het Hewellovisch Overzicht